Er is een nieuw genre software: de “prima werkende” app die toch meteen verraden wordt. Je opent hem en denkt: ah. Inter. Of iets dat wil zijn als Inter. Grote rounded cards. Paarse gradient ergens waar geen paarse gradient hoorde te zijn. Een hero met “Ship faster” en drie feature-blokken die elkaar vriendelijk napraten.
Het werkt. Echt. Knoppen doen wat knoppen moeten doen. Er is zelfs een settings-pagina. Gefeliciteerd. Toch zie je het: dit is door AI gemaakt. Of erger, door iemand die AI liet maken zonder zelf te kijken.
AI kan een app bouwen die loopt. Een developer zorgt dat hij ergens heen loopt.
De AI-UI-uniform
Bijna alle modellen hebben een favoriete opmaak. Niet omdat ze smaak hebben, maar omdat hun trainingsdata volzit met dezelfde SaaS-templates. Dus krijg je steeds opnieuw:
- dezelfde spacing die “luchtig” heet maar vooral leeg is
- dezelfde knoppen met te veel afronding
- dezelfde lege states met een illustratie van een sad folder
- dezelfde dashboard-kaarten alsof elk probleem een KPI nodig heeft
Het is de digitale versie van iedereen die in 2009 Comic Sans ontdekte en dacht: revolutie.
Waar echte developers het verschil maken
Een echte developer gebruikt AI ook. Natuurlijk. Alleen laat die AI niet de belangrijke dingen vergeten. UI/UX is geen jasje. Documentatie is geen naschrift. Tests zijn geen hobby voor mensen met te veel tijd.
Als jij weet wat goed is, kun je het model dwingen. “Geen card soup.” “Geen paarse glow.” “Schrijf tests die falen als dit kapot gaat.” “Documenteer het rare gedrag, niet alleen de happy path.” Dan wordt AI een junior die keihard typt terwijl jij de architect blijft.
Als jij dat níet weet, krijgt AI de leiding. En AI heeft één grote liefde: gemiddeld. Gemiddeld is veilig. Gemiddeld compileert. Gemiddeld ziet eruit alsof het “modern” is, totdat je vijf van die apps naast elkaar zet en merkt dat ze elkaars neefjes zijn.
Werkt goed ≠ is goed gemaakt
Dat is de valstrik. Een AI-app kan functioneel kloppen en toch slecht voelen. Alsof het meubilair uit een flatpack komt: stevig genoeg om op te zitten, maar je ziet de schroefgaatjes. Geen hiërarchie. Geen eigenzinnigheid. Geen keuzes die ergens over gaan.
Goede software heeft littekens van beslissingen. Iemand heeft nagedacht over de lege staat. Iemand heeft een rare randcase getest. Iemand heeft documentatie geschreven alsof een mens die later moet lezen zonder schaamte.
Dus ja: ik kan vaak binnen drie seconden zien dat AI heeft meegebouwd. Niet omdat AI slecht is. Omdat niemand de AI heeft verteld wat “goed” hier betekent.
En dat, lieve makers, is nog steeds jouw werk. Tenminste, als je geen standaardgradient wilt zijn.