Er zijn nu twee soorten collega’s. De ene stuurt om 09:14 een PR, een voorstel, een demo én een half blogstuk. De andere opent Outlook, ziet die dump, en fluistert zachtjes: “hoe dan?”
Dat is geen karakterverschil meer. Dat is een snelheidsverschuiving. Mensen die AI serieus in hun werk trekken, produceren in een tempo dat de rest niet meer als “hard werken” herkent. Het oogt als toveren. Of als vals spelen. Of als beide, afhankelijk van hoe jaloers je die ochtend bent.
Terwijl jij nog “even afstemmen” plant, heeft die ander al drie versies gemaakt en de slechtste weggegooid.
Flabbergasted als businessmodel
Het patroon is bekend. Iemand in het team adopteert tooling vroeg. Niet speels, maar als onderdeel van het ambacht: prompts, agents, scripts, checks. Die persoon levert ineens niet één document, maar een ketting: analyse, opties, code, tests, samenvatting voor stakeholders. De rest van het team blijft flabbergasted achter. Letterlijk. Mond half open. “Dit had toch twee weken gekost?”
Ja. Vroeger. Toen we nog deden alsof typen het werk was.
Het nare is niet dat de voorloper snel is. Het nare is dat de kloof zichtbaar wordt. Wie niet meedoet, blijft niet stilstaan. Die zakt relatief weg. Vergaderingen in reviews worden ongemakkelijk. “Waarom is jouw output de helft?” is geen leuke vraag als het antwoord is: “omdat ik nog steeds alles zelf uit mijn hoofd zit te peinzen alsof het 2014 is.”
Snelheid is geen kwaliteit (maar kwaliteit zonder snelheid verliest)
Laten we eerlijk blijven. Sneller produceren is niet hetzelfde als beter denken. AI-voorlopers maken ook prachtige bergen middelmatigheid, alleen sneller. Er is een speciale hel waarin iemand in één middag zes halfbakken features “shipped” en daarna verwacht dat jij blij kijkt.
Toch wint snelheid vaak de vergadering. Niet omdat managers filosofen zijn, maar omdat zichtbaar werk politiek wint. Een werkende demo om 15:00 slaat een zorgvuldig bezwaar om 15:10. De flabbergasted-collega heeft dan gelijk én pech.
Wat de achterblijver wél kan doen
Niet panikeren. Niet doen alsof je “principieel” tegen tools bent terwijl je stiekem ChatGPT op je telefoon open hebt. Leer het tempo een beetje stelen. Gebruik AI voor de saaie meters, houd je oordeel voor de bochten. En als je collega weer iets onmogelijks heeft neergezet: vraag niet alleen “hoe snel?”, vraag “wat heb je bewust niet gedaan?”
Want daar zit het vak. In wat je weglaat. In wat je checkt. In wat je nog zelf snapt.
Anders rennen we met z’n allen sneller de mist in. En dan is niemand meer flabbergasted. Alleen maar nat. Laten we voorlopig onze collega’s maar een beetje in de waan laten en genieten van het feit dat we tot dat zij up-to-speed zijn ook kunnen kiezen voor meer tijd voor onszelf.